Onafhankelijk kenniscollectief voor digitale infrastructuur in vastgoed
IT-Label

IT-Label aanvragen

Laat uw gegevens achter, dan nemen wij contact op om het traject door te nemen.

Classificaties IT1+ – IT1 – IT2 – IT3 – IT4 – IT5

SRI wel, digitale readiness niet: de blinde vlek

Europa maakt de intelligentie van gebouwen meetbaar, maar de digitale bruikbaarheid voor de gebruiker blijft onzichtbaar.

Inzichten··13 min leestijd
SRI wel, digitale readiness niet: de blinde vlek

Kernpunten

  • De Europese Smart Readiness Indicator (SRI) maakt inzichtelijk hoe slim een gebouw kan functioneren, maar zegt weinig over de digitale bruikbaarheid voor de gebruiker.
  • De herziene EPBD verplicht toepassing van het SRI-schema uiterlijk medio 2027 voor bepaalde grote niet-residentiële gebouwen, terwijl er geen vergelijkbare standaard bestaat voor digitale readiness.
  • Naarmate ondernemingen meer AI, cloud en data gebruiken, wordt hun huisvesting afhankelijker van de digitale infrastructuur die grotendeels onzichtbaar blijft.
  • Het IT-label wil die onzichtbare laag vertalen naar een begrijpelijke classificatie, zodat een huurder weet waar hij bij digitale kwaliteit op moet letten.
  • De toekomst van vastgoed is niet alleen groen en SMART, maar ook digitaal: drie vragen die naast elkaar horen te staan.

Waarom werken we in Europa toe naar een verplichte SRI voor grote gebouwen, maar hoeft een huurder nog steeds niet te kunnen zien wat zijn gebouw digitaal aankan? Die vraag klinkt eenvoudig, maar raakt aan een tegenstelling die dieper zit dan veel beleidsmakers zich realiseren.

Laat er geen misverstand over bestaan: dit is geen aanval op duurzaamheid of op de Smart Readiness Indicator. Integendeel. Duurzaamheid is essentieel. SMART Buildings zijn logisch. En de SRI is een interessante ontwikkeling die de intelligentie van een gebouw beter meetbaar maakt.

Toch dringt zich een ongemakkelijke vraag op. Waarom maken we de intelligentie van het gebouw steeds beter meetbaar, terwijl de digitale infrastructuur waarop de gebruiker zijn onderneming moet laten draaien grotendeels onzichtbaar blijft? Dat is de blinde vlek die het IT-label wil blootleggen.

Begin met de feiten: wat wordt de SRI?

De Smart Readiness Indicator is een Europees instrument dat inzichtelijk maakt in hoeverre een gebouw slimme technologie kan inzetten. Hij komt voort uit de Energy Performance of Buildings Directive, de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen. De SRI beoordeelt in welke mate een gebouw in staat is om zijn functies af te stemmen op de gebruiker, het net en de eigen installaties.

Concreet kijkt de SRI onder meer naar het vermogen om energieprestaties te optimaliseren, om op gebruikersbehoeften te reageren, om gebouwinstallaties slim aan te sturen en om flexibiliteit richting het energiesysteem mogelijk te maken. Het is dus in de kern een maatstaf voor de slimheid van het gebouw zelf.

Juridisch is het belangrijk om precies te zijn. De SRI is op dit moment niet voor alle Europese gebouwen verplicht. De herziene EPBD bepaalt wel dat de Europese Commissie, rekening houdend met de evaluatie van de test- en implementatiefase, uiterlijk 30 juni 2027 een gedelegeerde handeling moet vaststellen. Daarmee wordt toepassing van het gemeenschappelijke SRI-schema verplicht voor bepaalde niet-residentiële gebouwen met een effectief HVAC-vermogen van meer dan 290 kW.

Europa vindt het dus belangrijk genoeg om de SMART readiness van grote gebouwen uiteindelijk structureel inzichtelijk te maken. Prima. Maar dan ontstaat automatisch een tweede vraag: waar is de digital readiness indicator voor de gebruiker?

SMART is belangrijk, maar functioneel is belangrijker

Er zit een fundamenteel verschil tussen het perspectief van het gebouw en dat van de gebruiker. Een gebouw kan energiezuinig zijn, sensoren bevatten, automatische verlichting hebben, slimme klimaatregeling gebruiken, energie flexibel aansturen en een geavanceerd gebouwbeheersysteem draaien. Allemaal waardevol.

Maar de gebruiker wil uiteindelijk iets veel fundamentelers weten: kan ik hier mijn bedrijf runnen? Achter die ene vraag schuilt een hele reeks andere. Welke internetverbindingen zijn aanwezig? Is er glasvezel? Welke providers zijn beschikbaar? Is er redundantie? Welke databekabeling ligt er? Wat kan de WiFi-infrastructuur aan?

En het gaat verder. Hoe zijn de patch- en serverruimtes ingericht en zijn die beveiligd? Hoe is de digitale continuïteit geregeld? Welke digitale gebouwsystemen zijn aanwezig en wie beheert die? Wat is de verantwoordelijkheid van de verhuurder en wat moet de huurder zelf organiseren? En bovenal: kan deze infrastructuur mijn toekomstige AI- en datagebruik aan?

Dat zijn geen theoretische technische vragen. Het zijn steeds meer economische gebruikersvragen. Wie ze niet kan beantwoorden, tekent feitelijk voor iets dat hij niet kent. In ons overzicht over de verschuiving van vierkante meters naar datacapaciteit gaan we daar dieper op in.

De gebruiker schreeuwt straks om transparantie

Het digitale gebruik van Europese ondernemingen verandert razendsnel. Volgens cijfers van de Europese Commissie gebruikt inmiddels bijna 20 procent van de Europese ondernemingen AI, en groeide de AI-adoptie in 2025 met circa 48 procent. Daarnaast neemt het gebruik van cloud, data-analyse en digitale samenwerking al jaren toe.

De economische consequentie daarvan is eenvoudig te volgen. Wanneer ondernemingen steeds digitaler worden, wordt hun huisvesting automatisch steeds afhankelijker van digitale infrastructuur. Meer AI betekent meer afhankelijkheid van IT. Meer IT betekent meer afhankelijkheid van infrastructuur. En meer afhankelijkheid betekent dat transparantie belangrijker wordt.

Juist die transparantie ontbreekt op gebouwniveau nog vaak. In vrijwel elke huurbrochure staat de energieprestatie vermeld, maar over de digitale gebouwkwaliteit lezen we zelden iets concreets. Dat contrast wordt ongemakkelijker naarmate de gebruiker digitaler wordt, iets wat we uitwerkten in ons stuk over de IT-infrastructuur die in elke huurbrochure ontbreekt.

We maken de slimheid van het gebouw meetbaar, terwijl de vraag of de gebruiker er zijn onderneming kan laten draaien onbeantwoord blijft.

Benieuwd naar het IT-label van uw gebouw?

Ontdek hoe uw vastgoed scoort op digitale infrastructuur.

IT-label aanvragen

Europa ziet het probleem eigenlijk zelf al

Wat dit onderwerp zo interessant maakt, is dat Europa het probleem op macroniveau allang benoemt. In de meest recente State of the Digital Decade constateert de Europese Commissie dat digitale infrastructuur sneller moet worden uitgerold, dat fibre-to-the-premises verder moet groeien en dat de rekencapaciteit onder druk staat door de opkomst van AI.

Diezelfde analyses stellen dat Europese bedrijven sneller AI, cloud en data moeten adopteren, dat infrastructuur een van de barrières vormt voor verdere digitalisering, en dat digitale infrastructuur cruciaal is voor concurrentiekracht, weerbaarheid en technologische soevereiniteit. Europa investeert daarom in AI Factories, AI Gigafactories, cloud- en data-infrastructuur, chips, cybersecurity, gigabit-connectiviteit en AI-adoptie.

Dan dringt de kritische vraag zich op. Als Europa het macroprobleem zo duidelijk ziet, waarom vertalen we het dan nog nauwelijks naar het gebouw waarin de Europese onderneming daadwerkelijk werkt? Het beleid stopt te vaak bij de rand van het perceel.

Van AI Gigafactory naar werkplek

Neem een eenvoudige keten. Europa investeert miljarden in AI-compute. Prima. Maar uiteindelijk moet die AI worden gebruikt. Door een accountant in Amsterdam, een ingenieur in Eindhoven, een advocaat in Brussel, een onderzoeker in München, een technologiebedrijf in Parijs en een logistiek bedrijf in Venlo. En al die gebruikers maken uiteindelijk verbinding vanuit een gebouw.

De keten loopt van AI Gigafactory naar datacenter, via het glasvezelnetwerk naar de regio, dan het gebouw in, verder via de interne infrastructuur en het WiFi-netwerk, tot uiteindelijk de werkplek. Elke schakel is nodig. Toch krijgen de bovenste schakels de aandacht en de investeringen, terwijl de laatste schakels grotendeels aan de markt worden overgelaten.

Europa investeert miljarden bovenaan de digitale keten. Maar wie controleert de laatste honderd meter naar de gebruiker? Dat is de digital last mile of real estate. En juist daar wordt beslist of alle investeringen daarboven waarde opleveren voor de organisatie op de werkvloer.

Een glasvezeldekking van 100 procent vertelt niet het hele verhaal

Hier is een belangrijk onderscheid op zijn plaats. Een land kan uitstekende glasvezeldekking hebben. Een stad kan digitaal uitstekend ontsloten zijn. Glasvezel kan zelfs voor de deur van een gebouw liggen. Maar dat zegt nog niet automatisch iets over wat er binnen gebeurt.

Dekking op straatniveau zegt weinig over de daadwerkelijke aansluiting, de beschikbare providers, de redundantie, de interne infrastructuur, de databekabeling, de WiFi, de technische ruimtes, de beveiliging, de digitale continuïteit of de schaalbaarheid. Dat zijn precies de punten die bepalen of een organisatie kan functioneren.

Een torenhoek die oploopt naar een lichte lucht
Een indrukwekkend gebouw zegt op zichzelf nog niets over de digitale infrastructuur die de gebruiker binnenshuis nodig heeft.

Een vergelijking maakt het concreet. Een snelweg voor de deur zegt ook niet dat het gebouw een goede ontsluiting heeft. Zo zegt glasvezel in de straat niet automatisch dat de werkplek digitaal toekomstbestendig is. Wat er tussen de straat en het bureau ligt, blijft vaak een vraagteken. Wie de rol van glasvezel binnen het gebouw wil begrijpen, vindt daarover meer in onze kennisbank over glasvezel in gebouwen.

Benieuwd naar het IT-label van uw gebouw?

Ontdek hoe uw vastgoed scoort op digitale infrastructuur.

IT-label aanvragen

We beschermen energieprestaties, maar wat beschermt economische functionaliteit?

Europa heeft terecht enorme ambities rond klimaat en duurzaamheid. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van het energiegebruik en moeten verduurzamen. Dat staat niet ter discussie en verdient blijvende prioriteit.

Maar Europa heeft ook een tweede uitdaging: concurrentiekracht. Onze bedrijven concurreren met de Verenigde Staten, China, het Verenigd Koninkrijk, Singapore, de Golfstaten en andere snel digitaliserende economieën. Die strijd gaat steeds meer over AI, data, compute, chips, energie, talent, connectiviteit en productiviteit.

Een duurzaam gebouw waarin een digitale onderneming onvoldoende kan functioneren, is economisch gezien ook niet toekomstbestendig. Duurzaamheid en economische functionaliteit moeten niet tegenover elkaar staan. We hebben beide nodig, en we hebben de economische kracht juist nodig om de duurzame transitie te blijven financieren.

Green én smart én digital

Daaruit volgt een krachtig uitgangspunt: Europees vastgoed moet green, smart en digital tegelijk worden. Green gaat over de vraag hoe duurzaam het gebouw is. Smart gaat over de vraag hoe intelligent het gebouw kan reageren. En digital gaat over de vraag hoe goed het gebouw de digitale bedrijfsvoering van zijn gebruiker kan faciliteren.

Waarom ontwikkelen we uitgebreide meetmethoden voor green en smart, terwijl digital op gebouwniveau nog grotendeels aan de markt wordt overgelaten? De drie horen bij elkaar. Een gebouw dat op twee van de drie scoort, is maar tot op zekere hoogte klaar voor de organisatie die er straks werkt.

Misschien kijken we vanuit de verkeerde richting

Veel Europese gebouwregelgeving redeneert vanuit het gebouw naar de technologie. Welke technologie zit in het gebouw, hoe efficiënt werkt die en hoe smart is die? Dat is een legitiem perspectief, maar het is niet het enige.

De economie van morgen vraagt een tweede blik: van gebruiker naar functie naar infrastructuur naar gebouw. Wat moet een gebruiker kunnen? Welke digitale toepassingen gebruikt hij? Welke infrastructuur vraagt dat? En kan het gebouw die infrastructuur leveren? Dat is een wezenlijk andere benadering, een stap van building-centric naar user-centric vastgoedbeleid.

Een kantoor is geen verzameling vierkante meters meer

Commercieel vastgoed verandert functioneel. Een kantoor was ooit primair ruimte, een bureau, een telefoon en elektriciteit. Vandaag is een werkplek een toegangspunt tot cloud, data, videoconferencing, cybersecurity, SaaS, AI, digitale samenwerking en wereldwijde bedrijfsnetwerken.

Een moderne werkplek is daarmee feitelijk een digitale terminal van de onderneming geworden. En op dat moment wordt de digitale kwaliteit van het gebouw economische infrastructuur, geen bijzaak. Wat vroeger een vinkje op een technische lijst was, bepaalt nu of de kernprocessen van een bedrijf blijven draaien.

Vandaag vraagt een huurder nog vooral naar het aantal vierkante meters, de huurprijs, de parkeerplaatsen, het energielabel en de servicekosten. De huurder van morgen vraagt daarnaast: welke connectiviteit krijg ik, welke redundantie, wat is het digitale opleverniveau, wat moet ik zelf investeren, wie is verantwoordelijk voor welke IT-infrastructuur, en kan dit gebouw onze AI-strategie ondersteunen? Misschien wordt digitale transparantie straks net zo vanzelfsprekend als transparantie over energieprestaties.

Benieuwd naar het IT-label van uw gebouw?

Ontdek hoe uw vastgoed scoort op digitale infrastructuur.

IT-label aanvragen

Waarom dan niet een IT-label?

Precies op die informatiebehoefte wil het IT-label antwoord geven. Niet als nieuwe Europese verplichting die morgen wettelijk moet worden opgelegd, maar als concept waarmee de markt vandaag al kan beginnen. Het IT-label maakt inzichtelijk wat een gebouw digitaal aankan.

Concreet gaat het om connectiviteit, glasvezel, redundantie, databekabeling, WiFi, technische en serverruimtes, relevante cybersecurityvoorzieningen, digitale continuïteit, smart-building-infrastructuur, uitbreidbaarheid, de demarcatie tussen verhuurder en huurder en het digitale opleverniveau. Al die technische informatie wordt vertaald naar één begrijpelijke vraag: wat kan dit gebouw digitaal aan?

Die vertaling gebeurt via een classificatie die loopt van IT1+ PREMIUM voor AI-ready gebouwen tot IT5 SHELL waar nog geen digitale infrastructuur aanwezig is. Een lagere classificatie is geen oordeel over de kwaliteit van het gebouw, maar een feitelijke beschrijving van wat er wel en niet aanwezig is. Zo kan een gebruiker vooraf een geïnformeerde keuze maken. De volledige indeling staat overzichtelijk in ons artikel over wat IT4 CORE en IT5 SHELL voor uw gebouw betekenen.

Energielabel, SRI en IT-label naast elkaar

De vergelijking is eenvoudig te maken. Het energielabel beantwoordt de vraag hoe energiezuinig het gebouw is. De SRI beantwoordt de vraag hoe smart het gebouw kan functioneren. Het IT-label beantwoordt de vraag hoe digitaal de gebruiker kan functioneren.

InstrumentCentrale vraagStatus
EnergielabelHoe energiezuinig is het gebouw?Verplicht
SRIHoe smart kan het gebouw functioneren?Deels verplicht vanaf 2027
IT-labelHoe digitaal kan de gebruiker functioneren?Marktinitiatief

Waarom zou die derde vraag economisch minder relevant zijn dan de eerste twee? Wie het verschil tussen deze instrumenten scherper wil zien, kan terecht bij onze analyse over het verschil tussen IT-label en energielabel.

Maak het niet verplicht omdat het IT-label dat wil

Het is belangrijk om deze redenering niet te laten klinken als een lobby voor verplichte certificering. Draai de vraag daarom om. De vraag is niet waarom Europa ons product niet verplicht stelt. De vraag is: waarom bestaat er nog geen uniforme Europese transparantie over digitale gebouwkwaliteit voor de gebruiker?

Misschien wordt dat uiteindelijk het IT-label. Misschien ontstaat er een andere Europese standaard. Het maatschappelijke probleem blijft hoe dan ook hetzelfde: de gebruiker moet weten wat hij digitaal geleverd krijgt. Het IT-label wil dat gesprek starten en tegelijk een praktische oplossing bieden, en dat maakt de boodschap onafhankelijker en geloofwaardiger.

Heeft Europa hier een blinde vlek? Europa ziet AI, compute, connectiviteit, cybersecurity, cloud, energie en Smart Buildings. Maar die onderwerpen worden vaak vanuit verschillende beleidsdomeinen benaderd. Ontbreekt de verbinding tussen digitaal beleid en vastgoedbeleid? Wie kijkt integraal naar AI, connectiviteit, energie, gebouw en gebruiker tegelijk? En als niemand dat doet, wie bewaakt dan de digitale functionaliteit van onze gebouwde economie?

Het risico van digital obsolescence

Er dreigt een subtiel risico dat in de huidige discussies nog te weinig aandacht krijgt: digital obsolescence, oftewel digitale veroudering. Een gebouw kan energielabel A hebben, een goede SRI-score krijgen, moderne installaties bevatten en bouwkundig uitstekend zijn, en toch digitaal onvoldoende aansluiten bij toekomstige gebruikers.

Dan ontstaat functionele veroudering zonder dat er technisch iets kapot is. Het gebouw staat er prima bij, maar de organisatie die er wil werken loopt tegen grenzen aan die niemand vooraf inzichtelijk had gemaakt. Kan digitale veroudering de volgende stranded-asset-discussie binnen commercieel vastgoed worden? Voor vastgoedeigenaren is dat een reëel scenario om nu al in de meerjarenplanning mee te nemen.

Benieuwd naar het IT-label van uw gebouw?

Ontdek hoe uw vastgoed scoort op digitale infrastructuur.

IT-label aanvragen

Zet nu de eerste stap naar digitale transparantie

Europa wil het eerste klimaatneutrale continent worden en tegelijk een AI-continent. Nederland wil een concurrerende kenniseconomie blijven. Beide ambities komen uiteindelijk samen in dezelfde fysieke omgeving: onze gebouwen. Als we straks verplicht inzichtelijk maken hoe smart een gebouw is, waarom maken we dan niet ook inzichtelijk hoe digitaal bruikbaar het is voor de organisatie die erin moet werken?

De SRI maakt SMART readiness inzichtelijk. Het IT-label wil digital readiness inzichtelijk maken. Europa heeft beide nodig, want de toekomst van vastgoed moet niet alleen groen zijn, maar green, smart en digital tegelijk. En iedere huurder zou vóór het zetten van een handtekening antwoord moeten kunnen krijgen op één simpele vraag: wat kan mijn nieuwe werkplek digitaal aan?

De concrete vervolgstap is niet ingewikkeld. Wilt u weten hoe die digitale readiness van uw gebouw of uw beoogde huurruimte wordt bepaald, lees dan hoe het IT-label werkt en breng de digitale basis van uw vastgoed in kaart. Digitale transparantie is geen luxe meer wanneer onze economie afhankelijk wordt van data en AI. Het is de logische volgende stap.

Deel dit artikel

Heeft u een vraag?

Neem contact met ons op voor meer informatie over het IT-label.

Contact opnemen