
Kernpunten
- IT4 CORE en IT5 SHELL beschrijven een opleverniveau — het gebouw levert de basis, de huurder richt de rest zelf in.
- Dat is geen tekortkoming. Voor een opslagloods of een klein kantoor sluit dit niveau vaak precies aan bij het gebruik.
- Het label maakt vóór het tekenen zichtbaar welke investering bij de verhuurder ligt en welke bij de huurder.
- Het opleverniveau — casco, casco+, nieuwbouw of turn-key — bepaalt in hoge mate welke classificatie een gebouw krijgt.
- Wie een ander opleverniveau wil, kan gericht investeren. Het label laat zien wat daarvoor nodig is.
Een classificatie is geen rapportcijfer
Zodra een gebouw een IT-Label krijgt, wordt vaak eerst naar het cijfer gekeken. IT1? Mooi. IT4 CORE of IT5 SHELL? Dan ontstaat al snel het gevoel dat er iets mis is. Dat gevoel berust op een misverstand over wat het label doet.
Het IT-Label beoordeelt een gebouw niet als goed of slecht. Het maakt zichtbaar wat er digitaal wordt opgeleverd en wie waarvoor verantwoordelijk is. Een IT5 SHELL is daarmee geen mislukte IT1 — het is een andere afspraak over wie wat inricht. Bekijk op de pagina's over IT4 CORE en IT5 SHELL wat elk niveau concreet omvat.
Wat IT4 CORE of IT5 SHELL in de praktijk betekent
Een gebouw in deze categorieën beschikt doorgaans over een basisinternetvoorziening, standaardbekabeling, beperkte redundantie, weinig of geen noodstroom, basisbeveiliging van de IT-ruimtes en weinig geïntegreerde gebouwsystemen.
Voor een groot deel van de gebruikers is dat precies genoeg. Niet elk gebouw hoeft een zwaar uitgeruste digitale infrastructuur te hebben. Een opslagloods stelt andere eisen dan een fintechbedrijf; een klein kantoor heeft andere behoeften dan een ziekenhuis. De vraag is niet welk niveau het hoogst is, maar welk niveau past bij wat er gebeurt.

Het verschil zit vaak in het opleverniveau
De classificatie hangt sterk samen met hoe een gebouw wordt opgeleverd. Bij een casco oplevering krijgt de huurder een vrijwel leeg gebouw: ruwbouw en basisaansluitingen, zonder afgewerkte IT-voorzieningen. Dat een gebouw dan in IT5 SHELL uitkomt is logisch — en het geeft de huurder maximale vrijheid om het naar eigen hand te zetten.
Bij casco+ zijn enkele voorzieningen al aanwezig: basisbekabeling, patchkasten, soms glasvezel. Nieuwbouw is vaak voorbereid op glasvezel, moderne bekabeling en geïntegreerde installaties — al bepaalt de uitvoering het resultaat, want nieuw betekent niet automatisch goed ingericht. Bij turn-key is alles compleet, en ook daar is de kwaliteit van de uitvoering doorslaggevend.
Het opleverniveau is dus geen gevolg van de classificatie, maar de oorzaak ervan.
Benieuwd naar het IT-label van uw gebouw?
Ontdek hoe uw vastgoed scoort op digitale infrastructuur.
IT-label aanvragenWaarom dit inzicht waarde heeft
Een IT4 CORE of IT5 SHELL laat precies zien welke voorzieningen aanwezig zijn en welke niet. Daarmee is vooraf duidelijk welke investering de huurder zelf moet doen — in plaats van dat die pas na ondertekening zichtbaar wordt.
Voor de verhuurder is dat een eerlijke propositie: u belooft niet meer dan u levert. Voor de huurder is het een rekensom die vóór het tekenen te maken is. Voor een belegger is het een post die in de businesscase thuishoort in plaats van erbuiten. Lees meer over de waarde van digitale infrastructuur voor uw vastgoed.
Een IT4 CORE of IT5 SHELL is geen oordeel over een gebouw. Het is een afspraak over wie wat levert — en die afspraak is meer waard als hij vooraf op tafel ligt.
Niet elk gebouw hoeft zwaar uitgerust te zijn
Digitale infrastructuur hoort te passen bij het type gebruiker, het risicoprofiel en de bedrijfsactiviteit. Een classificatie die niet aansluit bij het gebruik levert niemand iets op: een opslagloods met redundante glasvezel betaalt voor capaciteit die niemand gebruikt.
Wat telt is niet de plek op de schaal, maar dat het niveau transparant is, dat de verantwoordelijkheden helder zijn en dat een huurder weet waar hij aan begint. Voor huurders die willen weten waar ze op moeten letten bij het kiezen van een pand biedt de pagina waar moet je op letten een praktisch kader.

Naar een ander opleverniveau
Een gebouw kan doorgroeien naar een andere classificatie. Een extra internetverbinding, zwaardere bekabeling, een noodstroomvoorziening, betere toegangscontrole of geïntegreerde gebouwsystemen verschuiven het opleverniveau — en daarmee de classificatie.
Of dat verstandig is, hangt af van wie het gebouw gebruikt. Voor een verhuurder die zich richt op datagedreven huurders kan het de moeite lonen. Voor een verhuurder van opslagruimte vaak niet. Het label vertelt niet wat u moet doen; het vertelt wat u nu levert. Bekijk de volledige reeks classificaties om te zien wat elk niveau inhoudt.
Benieuwd naar het IT-label van uw gebouw?
Ontdek hoe uw vastgoed scoort op digitale infrastructuur.
IT-label aanvragenTot slot
Een IT4 CORE of IT5 SHELL weerspiegelt het opleverniveau van een gebouw. Meer niet, en dat is precies genoeg. Het IT-Label is geen eindoordeel maar een meetinstrument: het maakt zichtbaar wat er is, zodat verhuurder en huurder over hetzelfde praten.


