
Kernpunten
- Het IT-label maakt altijd onderscheid tussen de gebouwgebonden digitale infrastructuur en de IT-inrichting van een individuele verdieping of huurder.
- Een eigenaar is verantwoordelijk voor de digitale basis, zoals glasvezel, redundantie, patchruimte en gebouwsystemen, en kan daarmee een hoge classificatie behalen.
- Een verdieping kan bewust leeg of flexibel worden opgeleverd, zodat elke huurder zijn eigen netwerk en werkplekinrichting kiest, wat u leest in de uitleg over wat IT4 CORE of IT5 SHELL voor uw gebouw betekent.
- Het IT-label maakt onderscheid tussen gebouwgebonden en huurdergebonden IT-voorzieningen, wat flexibiliteit geeft aan multi-tenant en turn-key concepten.
- Een sterke gebouwinfrastructuur vormt de basis voor iedere toekomstige huurder, ongeacht hoe uitgebreid diens eigen IT-omgeving wordt.
Een van de meest gestelde vragen over het IT-label gaat over een schijnbare tegenstelling: hoe kan een gebouw als geheel een hoge classificatie hebben, terwijl een verdieping in datzelfde pand een veel lagere classificatie krijgt? Het antwoord is eenvoudiger dan het lijkt, en het raakt de kern van hoe het IT-label naar vastgoed kijkt.
Het IT-label meet niet één ding, maar maakt altijd onderscheid tussen twee lagen. De eerste laag is de gebouwgebonden IT-infrastructuur, waarvoor de eigenaar verantwoordelijk is. De tweede laag is de IT-inrichting van een individuele ruimte, waarvoor doorgaans de huurder verantwoordelijk is. Die twee lagen hebben elk hun eigen kwaliteit, en dus hun eigen classificatie.
Precies daardoor kan een gebouw een IT1-classificatie dragen, terwijl een verdieping op dat moment IT4 is. Dat is geen tegenstrijdigheid, maar een logisch gevolg van wie welk deel inricht. In dit artikel leggen we uit hoe dat werkt.
De digitale basis is het domein van de eigenaar
De gebouwgebonden digitale infrastructuur is het deel dat vast met het pand verbonden is en dat elke huurder gebruikt, ongeacht wie er zit. Een eigenaar bepaalt de kwaliteit hiervan bij de bouw of renovatie en houdt die op peil. Dit is de laag die de meeste invloed heeft op de digitale gebouwinfrastructuur op de lange termijn.
Onder het gebouwlabel vallen doorgaans voorzieningen als:
- Glasvezelaansluitingen tot in het gebouw, inclusief meerdere aanbieders waar mogelijk.
- Redundantie in verbindingen, zodat één storing niet het hele pand plat legt.
- Een goed ingerichte patchruimte en meterkasten met voldoende capaciteit.
- Backbone-bekabeling tussen verdiepingen en technische ruimten.
- Een basis voor wifi-infrastructuur in gemeenschappelijke ruimten.
- Slimme gebouwsystemen (BMS), klimaatregeling, toegangscontrole, camera's en monitoring.
Als deze voorzieningen op hoog niveau aanwezig en toekomstbestendig zijn, kan een gebouw een classificatie behalen zoals IT1 HIGH PERFORMANCE of, met AI-ready voorzieningen, IT1+ PREMIUM. Meer over de rol van vezel leest u in de kennisbank over glasvezel in gebouwen.
Een leeg opgeleverde verdieping zegt niets over de kwaliteit van het gebouw, en alles over de vrijheid van de huurder.
Een verdieping mag bewust leeg zijn
Zodra we naar een individuele verdieping of kantoorruimte kijken, verandert de vraag. Hier gaat het niet meer om de vaste infrastructuur van het pand, maar om de inrichting die een specifieke gebruiker nodig heeft. En die inrichting is vaak nog niet aanwezig, simpelweg omdat er nog geen huurder is, of omdat de huurder zijn eigen keuzes wil maken.
Een verdieping die casco of flexibel wordt opgeleverd geeft de huurder ruimte om zelf zijn netwerk, wifi, cybersecurity, telefonie, printers, servers en overige werkplekinrichting te realiseren. Op dat moment is de IT-inrichting van die ruimte minimaal, en krijgt de verdieping bijvoorbeeld een classificatie als IT4 CORE. Dat doet niets af aan de kwaliteit van het gebouw eronder. Wat een casco ruimte vooraf vertelt, leest u in het artikel over een casco ruimte huren en het IT-label.
Het IT-label kijkt naar gebouw- en gebruikersniveau
De sleutel zit in het onderscheid tussen gebouwgebonden en huurdergebonden voorzieningen. Het IT-label brengt dat onderscheid in kaart, zodat een eigenaar niet wordt afgerekend op inrichting die bij de huurder hoort, en een huurder weet welke digitale basis hij van het gebouw mag verwachten. Dat geeft houvast voor de afspraken over wie wat doet, bijvoorbeeld voor de verdeling in de ROZ-huurovereenkomst.

Waarom dit flexibiliteit creëert
Voor multi-tenant gebouwen, bedrijfsverzamelgebouwen en turn-key concepten is dit onderscheid juist een voordeel. Neem een modern slim kantoorgebouw met glasvezel, redundante verbindingen en volledige smart building voorzieningen. Op de begane grond zit een advocatenkantoor dat een volledig turn-key werkplek huurt met een hoge eigen IT-inrichting. Twee verdiepingen hoger zit een startup die bewust casco huurt en alles zelf inricht.
Beide huurders profiteren van dezelfde hoogwaardige digitale basis, maar kiezen een verschillend IT-niveau voor hun eigen ruimte. De eigenaar hoeft daarvoor niets aan het gebouw te veranderen. De classificatie van het pand blijft hoog, terwijl de verdiepingen elk hun eigen verhaal vertellen. Meer hierover leest u bij het IT-label voor kantoorgebouwen.
De vergelijking met het energielabel
Wie het energielabel kent, herkent het patroon. Een gebouw kan energiezuinig zijn dankzij isolatie, installaties en een goede schil, terwijl de inrichting van een individuele ruimte volledig verschilt per gebruiker. Het energielabel van het pand verandert niet omdat één huurder anders omgaat met verwarming of apparatuur. Bij het IT-label werkt het net zo: de gebouwlaag en de gebruikerslaag staan naast elkaar. Deze parallel werken we verder uit in IT-label versus energielabel.
Benieuwd naar het IT-label van uw gebouw?
Ontdek hoe uw vastgoed scoort op digitale infrastructuur.
IT-label aanvragenZo zet u de volgende stap
Een hoogwaardig gebouwlabel en een flexibel huurdersniveau sluiten elkaar niet uit, maar versterken elkaar. Een sterke, future-proof digitale basis maakt uw pand aantrekkelijk voor iedere toekomstige huurder, ongeacht hoe uitgebreid diens eigen IT-omgeving uiteindelijk wordt. De eigenaar levert de fundering, de huurder bouwt daarop verder.
Wilt u weten welke gebouwgebonden voorzieningen in uw pand meetellen en hoe de classificatie tot stand komt? Bekijk dan hoe het IT-label werkt of verdiep u in de volledige classificatie van PREMIUM tot SHELL, zodat u weet welk niveau bij uw ambities past.

